Psalm 136

Volgende week zondag, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, gedenken we weer degenen die gestorven zijn. Dit gedicht voor kinderen schreef ik een paar jaar geleden op de wijs van Annie Schmidt’s liedje ‘M’n opa’. Het refrein heb ik overgeslagen; dat moet u maar in gedachten meehummen.

Elke zondagmiddag kwam mijn opa op bezoek
en moest ik met hem psalmen zingen uit zijn oude boek
dan ging het weer van Looft den Heer en Goedertierenheid
en dat de Heer der hemelen Zijn gunst alom verspreidt.

Kwam hij op de brommer aan, dan hoorde je meteen
het ‘altoos’ en het ‘gadeloos’ door het geknetter heen
dan ging het weer van Looft den Heer en Goedertierenheid
en God die op de wateren de aard’ heeft uitgebreid.

Speelde er een vriend bij mij, dan schaamde ik me rot,
als opa weer eens luidkeels zat te galmen over God
dan ging het weer van Looft den Heer en Goedertierenheid
en hoe de Heere Israel Zijn volk had uitgeleid.

Als opa ‘s avonds afscheid nam, dan kneep hij in mijn wang
en humde nog van ‘eer’ en ‘dank’ aan ‘t einde van de gang
dan ging het weer van Looft den Heer en Goedertierenheid
en raakte ik de melodie de hele week niet kwijt.

Maar vorig jaar november werd mijn opa ernstig ziek
Hij lag toen nachtenlang aan een infuus in een kliniek
het ging niet meer van Looft den Heer en Goedertierenheid
noch van de Hand des Heeren die de maan en sterren leidt.

Na zeven dagen belden ze mijn vader op het werk
dat er nog gebeden was door iemand van de kerk
een laatste keer van Looft den Heer en Goedertierenheid
dat opa toen gefluisterd had: dan is het thans mijn tijd…

Nu fiets ik elke zondagmiddag even naar zijn graf
en veeg er, als ‘t nodig is, de bladeren vanaf
dan lees ik weer van Looft den Heer en Goedertierenheid
en hoor ik opa psalmen zingen in de eeuwigheid.

Tekst: Christien Crouwel
Gepubliceerd: oecumenisch maandblad Open Deur, november 2007

Advertenties