Anno 1764

Pastorie Nuenen - Vincent van GoghGek is dat: Veel mensen kennen mij van de buitenkant. Van heinde en verre komen ze aangereisd om foto’s van me te maken, sommigen met die beroemde afbeelding van mij in hun hand. Dan gaan ze op gepaste afstand, een meter of tien, voor me staan en proberen daarbij dezelfde positie in te nemen als Vincent ooit deed. Schuin van rechts, blijkbaar mijn beste kant, mijn ‘chocoladezijde’.

Soms, als de zon in voor- en najaar een bepaalde stand heeft, kan ik mijn oude grapje maken. Dan laat ik het glas in mijn vensters het licht weerspiegelen zodat de fotografen zelf ook op hun foto komen te staan. Dan geef ik nog minder prijs van mezelf dan normaal. Want zo toegankelijk ben ik niet. Vóór mij staan, als trouwe wachters, drie kastanjebomen. Die maken mijn façade op het noorden nog donkerder. Daarom doet mijn aangezicht wat somber aan.

Glimp
De vrijmoedigsten onder de bezoekers schromen niet toch een poging te wagen iets meer van mij te zien te krijgen. Die komen dan even door het hekje om door de ramen naar binnen te gluren. In de hoop een glimp op te vangen van mijn binnenkant.

Ik heb me al vaak afgevraagd wat ze dan hopen te zien. Misschien niet alleen mijn feitelijke binnenkant. Die laat zich vrij makkelijk beschrijven: Zeven ruime kamers en een grote keuken. Met direct onder mijn dak een reusachtige zolder met hoge dakspanten. Ik ben met strenge symmetrie gebouwd. Een lange hal loopt als een kaarsrechte aorta dwars door mijn midden en verbindt zo voor- en achterdeur. De kamers op de begane grond zijn met hun plafonds van meer dan drie meter hoogte als grote longen. Daarin herberg ik nog wat oude blikvangers, zoals de twee enorme boekenkasten in de voorkamers en de geglazuurde tegels in de schouw van de keuken.

Ziel
Zou het de mensen die met hun hand boven de ogen door mijn ramen naar binnen kijken daarom gaan? Of hopen ze misschien iets anders te ontwaren: Een zweem van de geest van wie hier ooit leefden? In het bijzonder de geest van mijn beroemdste bewoner, Vincent van Gogh? Hij die mij ooit, als eerste, schilderde? Of is het ze om mijzelf te doen?

Er wordt wel eens gesproken over ‘de ziel van een huis’. En zo waar ik hier met u praat: die heb ik! Maar soms vraag ik mij af waar die ziel van mij nu eigenlijk uit bestaat. Is het de optelsom van wat hier binnen mijn muren plaatsvond? Zijn het de sporen die mijn vele bewoners in 250 jaar hebben nagelaten?

U moest eens weten wat ik in die twee-en-een-halve eeuw allemaal heb gehoord en gezien! Natuurlijk, het leeuwendeel van die tijd was ik getuige van wissewasjes en akkefietjes. Het leven van alledag. Het meeste daarvan ben ik vergeten. Maar er zijn ook momenten die mij nog levendig bijstaan. Zoals 5 december 1883, de dag dat Vincent op de drempel stond om weer thuis te komen wonen. Dezelfde drempel waar zijn vader anderhalf jaar later dood neerzakte. Of de dag dat dominee Bart de Ligt, na zijn roemruchte pinksterpreek in 1915, uit Noord-Brabant verbannen werd en mij moest verlaten. Of die keer dat ik, in 1984, bezoek ontving van prinses Juliana. Er werd speciaal voor haar komst nog een nieuw toilet gebouwd. Stel je voor dat de koninklijke hoogheid hoge nood kreeg: dan zou ze gebruik kunnen maken van mijn nieuwe, kleinste kamertje. Het zijn allemaal onuitwisbare momenten, die deel van mijn ziel zijn geworden.

Stille getuige
Maar ook wat de geschiedenisboeken niet haalde, draag ik met mij mee. De zorgen en het plezier, de blijdschap en de rouw, het werk en de ontspanning. Ik denk aan al die dominees die laat op de zaterdagavond zaten te zoeken naar de juiste woorden voor hun preken op zondagmorgen. Net als aan de kunstenaars die in en om mij heen op hun lege vellen papier en witte doeken probeerden iets vast te leggen wat hun oog had getroffen. Hun inspiratie en wanhoop, hun bidden en vloeken, hun ploeteren en voltooien… . Ik was, en ben, hun stillte getuige.

Is dat het, wat mijn bezoekers, turend door de vensters, proberen te ontwaren? Ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Maar ik vermoed het.

Ik zal nog wel een tijdje blijven bestaan. Ook als u het ondermaanse al lang achter u hebt gelaten, sta ik nog op de plek waar ooit mijn eerste steen werd gelegd. Met het jaar van mijn geboorte dwars op mijn gevel: 1764. Omringd door mijn vensters, als ogen op mijn ziel.


In 2014 verscheen het boek ‘Van Domineeshuis tot Van Goghhuis (1764 – 2014).
250 jaar pastorie Nuenen en haar bewoners.’
Het boek is nog te bestellen op www.pastorieboek.nl

Advertenties

Een gedachte over “Anno 1764

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s